Valuta Handel Strategieë Wat Werk

Andere Tijden RMTK: Het Jaar van Zout, Deel III: De Laatste Premier van D66

Andere Tijden RMTK is een serie van reportages over de (bijna) vergeten en verloren gebeurtenissen uit de geschiedenis van RMTK, met unieke kijkjes achter de schermen met behulp van de mensen die erbij waren en de nieuwste grafische technologie.

Vandaag in Andere Tijden RMTK: Het Jaar van Zout, Deel III: ''De Laatste Premier van D66''.

Met het aanbreken van de 5e verkiezing van RMTK kwam het einde van het eerste Kabinet met een VVD-Premier uit de geschiedenis van RMTK: het eerste Kabinet-Vylander. Ruim 11 maanden later zou het begin aanbreken van Kabinet Vylander-II. In de bijna een jaar durende periode tussen Vylander-I en Vylander-II bevond Nederland zich kortstondig in een Vylander-loos tijdperk. Dit tijdperk zag 5 kabinetten en 3 verschillende Premiers, die alle drie nog niet actief waren tijdens de oprichting van RMTK, wat voor het eerst zou zijn voor een Premier op RMTK. Deze periode van drama, zout en onderlinge ruzies zag een nieuwe generatie aan de macht komen die nog niet actief was op RMTK sinds de oprichting. Deze gebeurtenissen tijdens het Vylander-loos tijdperk zijn het onderwerp deze driedelige serie.
Lees eerst hier Deel I: Een Nieuwe Generatie. Lees eerst hier Deel II: De Maanden van TJF.
Vandaag het derde en laatste deel van ons drieluik 'Het Jaar van Zout', Deel III: ''De Laatste Premier van D66''

Een korte samenvatting:

Kabinet-MrJoey98 was in drama geëindigd. D66, formeel de grootste partij van het land, had een leider zonder enige ervaring op RMTK en GROEN had de touwtjes en het Torentje nog sterk in handen. Kabinet-TheJelleyFish was even controversieel als intern verdeeld, en zag een onderzoekscommissie zo extreem dat het eindrapport niet eens gepubliceerd mocht worden.
Met het einde van Juli 2017 kwam er ook een einde aan Kabinet-TJF. De eerstvolgende verkiezing zou pas half September plaatsvinden, en Nederland zocht een nieuwe Regering. Na twee Kabinetten onder leiding van GROEN leek de fut er voor de partij uit, en was er geen intensieve push om een tweede Kabinet-TJF te vormen. TheJelleyFish zou later aangeven dat zijn tijd als Premier ''onaangenaam'' was door alle interne ruzies en problemen, en dat hij niet van plan was om ooit nogmaals Premier te worden.
Al ver voor de val van Kabinet-TJF was toenmalige coalitiepartner FVD is gesprekken met de Oppositie beland over het laten vallen van Kabinet-TJF en het vormen van een nieuw Kabinet. Dat de Motie van Wantrouwen tegen het Kabinet het haalde lijkt ook grotendeels te komen door getouwtrek en gesprekken achter de schermen tussen FVD en de Oppositie om een excuus te vinden voor het indienen van een Motie van Wantrouwen en samen er nipt een meerderheid voor te behalen. Exit Kabinet-TJF, exit het GROEN-tijdperk. Welkom bij de Kabinetten van Quintionus, de val van D66, een hele berg verraad en complotten & het einde van het Vylander-loos tijdperk. Welkom bij de Putsch en het laatste deel van ons drieluik 'Het Jaar van Zout'.

De Prijs van het Pluche:

Hoeveel zou jij weggeven om Minister-President te kunnen worden? In Juli 2017 leek het antwoord daarop voor D66-leider Quintionus 'alles' te zijn geweest. Een combinatie van wrok richting GROEN, zout en een behoefte aan regeringsverantwoordelijkheid na een periode gedwongen Oppositie zorgde ervoor dat D66 samen met de VVD, FVD en de Nationalistische SVN een rechts Kabinet vormde. De titel van het Regeerakkoord moest al een subtiele hint hebben gegeven van de ideologische koers van het Kabinet: Regeerakkoord Maak Nederland Weer Groots! bracht Kabinet-Quintionus I aan de macht, en had een beleid waar rechts zijn lippen bij zou aflikken.
Enkele sprekende voorbeelden uit het Regeerakkoord: - Kraken juridisch gelijkstellen aan inbraak en het plaatselijk gedogen niet meer tolereren. - Het intrekken verblijfsvergunning bij gefaalde integratie indien iemand na 5 jaar nog geen werk heeft. - Strafbaar stellen illegaliteit. - Maximumsnelheid naar 140 km per uur, en flink verbreden van snelwegen.
Dit was duidelijk een zeer Rechts Kabinet, zeker voor RMTK. D66 zelf had weinig mankracht, en leverde naast de Premier slechts 1 andere Minister. En met een Premier zonder enige ervaring konden de vaak zeer rechtse Ministers van de coalitiepartners in redelijk veel vrijheid hun gang gaan zonder al te veel bemoeienis. Een sprekend voorbeeld is de controversiële Minister SabasNL (SNV) van BZK. Hij begon een politiek gekleurd onderzoek naar ''buitenlandse inmengen'' bij de linkse LPU. Dit was niet gebaseerd op enig bewijs en ging in tegen de wil van de Kamer, maar werd toch doorgezet in de hoop de partij electoraal te kunnen schaden.
Wat is de prijs van het Pluche? In dit geval blijkbaar onderdeel moeten uitmaken van een van de meest Rechtse Kabinetten van RMTK, en instemmen met zeer rechts beleid.

Vooruit dan maar…

Kabinet-Quintionus I zat niet lang, want de verkiezingen stonden al bijna voor de deur. Toch was dit genoeg tijd voor de coalitie om zoveel mogelijk beleid door de Kamer te jagen als ze konden. Voor linksere partijen kon de 6e verkiezing van RMTK niet snel genoeg komen.
De 6e verkiezing van RMTK zag slechts een kleine politieke verschuiving. D66 en GROEN verloren ieder 2 zetels en eindigde net als de LPU met 5 zetels, maar D66 had de meeste stemmen gekregen en was officieel de grootste partij, net als GROEN weer officieel de 2e partij was geworden. De LPU had haar 5 zetels van de eerdere PSP-CPN fusie behouden, en de Kamer zag een groei voor FVD, het verdwijnen van de SVN en twee nieuwkomers in de vorm van de ChristenUnie en Lijst Th8, een Anarcho-Kapitalistische eenmanslijst van de recent in de politiek teruggekeerde Th8.
Alles wijst erop dat de formatie voor een nieuw Kabinet zeer moeilijk verliep. D66 had het liefst naar links bewogen, mogelijk waren ze eindelijk wakker geworden met een rechtse kater van Kabinet-Quintionus I. Quintionus, nu met iets meer ervaring op RMTK en iets stevig in zijn schoenen, wou graag een progressieve richting op om de ergste schade van het vorige Kabinet te herstellen, of hier op zijn minst niet verder in gaan. Ondanks deze hoop zou dat er niet van komen.
Met dank aan de nog steeds slechte relatie met GROEN en grote druk van VVD die alle andere opties afwees, ging D66 uiteindelijk mee in onderhandelingen tussen D66, FVD, VVD en Lijst TH8 over het vormen van Kabinet-Quintionus II.
Zoals al eerder gezegd verliepen de onderhandelingen moeizaam. De partijen konden het over geen van alle grote punten eens worden: Immigratie, Financiën, Klimaatbeleid, een Woningfonds, de onenigheden hielden maar niet op. Wat volgde was een kort en vaag Centristisch Regeerakkoord zonder grote plannen dat meer de status-quo leek te proberen te behoeden dat met nieuw beleid komen. Geen van de partijen was er gelukkig mee, maar het moest door de druk van een inmiddels zeer lang formatieproces wel worden ingediend. Alle grote punten waar ze nog niet uit waren gekomen werden voor zich uitgeschoven, om op een later moment in de regeerperiode op te pakken zodra ze er een compromis over zouden kunnen sluiten.
Het Regeerakkoord van Kabinet-Quintionus II sprak boekdelen over hoe alle betrokkenen naar deze nieuwe coalitie keken: de titel was ''Vooruit dan maar''.

De Progressievelingen:

Probleem: Je bent Minister en zit in een Kabinet waarin alle progressieve voorstellen worden tegengehouden door de conservatieve vleugel van het Kabinet en alle conservatieve voorstellen tegengehouden door de progressieve vleugel van het Kabinet. Wat doe je dan als rebelse Minister? Om de Coalitie heen natuurlijk!
Enkele hooggeplaatste Ministers van D66 en Lijst TH8 (die in de praktijk een stuk linkser en progressiever bleek dan op het Anarcho-Kapitalistische verkiezingsprogramma) vormde samen met een aantal gelijkgestemde Kamerleden van de coalitie & een aantal Kamerleden van de LPU een geheime chatgroep onder de naam De Progressievelingen. Het doel was op progressieve moties te schrijven en in te laten dienen door leden van de Oppositie of een enkel opstandig Kamerlid van de coalitie. Zodra de Kamer deze moties had aangenomen zou de Coalitie gedwongen zijn hier iets mee te doen, en konden de progressievere Ministers ze uitvoeren met het excuus dan de Kamer het had aangenomen (vaak hadden deze Minister zelf de ingediende motie voor het Kamerlid geschreven, of hadden er op zijn minst een hand in gehad). Doelbewuste sabotage van binnenuit dus.
Dit alles gebeurde in het diepste geheim en uit het zicht van partij -en Coalitiegenoten. Zelfs de Sec-Gen zou uit de loop zijn gehouden. Helaas zijn alle chats en bewijzen uit die periode verloren gegaan, waardoor het niet meer mogelijk is om een concrete lijst met leden de Progressievelingen-groep vast te stellen. Wel is duidelijk dat een aantal hooggeplaatste leden van de partijen D66, TH8, LPU hierin de meest prominente rol speelde, en dat ook GROEN later zou aanhaken.

Ruzie, Ruzie en nog meer Ruzie:

Dit complot om het Kabinet bij te sturen is iets, zoals u zich misschien kunt voorstellen, wat nooit langdurig goed kon gaan. Er was praktisch een alternatieve linkse Coalitie ontstaan binnen de zittende Regering die het van binnenuit saboteerde.
Er ontstonden felle ruzies binnen het Kabinet over de gang van zaken. Duidelijk was voor de VVD en FVD dat er op de achtergrond mensen bezig waren aan de stoelpoten van het Kabinet te zagen, maar concreter dan ''een boos en opstandig Kamerlid'' konden ze het aan het begin niet maken. Met grote regelmaat waren er felle discussies over ingediende moties, waarbij de gehele Coalitie zich regelmatig gedwongen zag om ze samen weg te stemmen om een coalitiebreuk te voorkomen.
Ook waren er grote individuele ruzies. Een conflict tussen Premier Quintionus en OCW-Minister SabasNL (inmiddels VVD) werd publiekelijk uitgevochten nadat de Onderwijsminister eerder gedwongen door de Premier uit het Kabinet gezet had moeten worden. Wat de reden hiervoor precies was weet niemand meer, maar het conflict was heftig genoeg dat er door de ex-onderwijsminister uiteindelijk een officiële klacht was ingediend bij de RMTK-Raad.
Uiteindelijk zouden alle ruzies en onenigheden over het beleid en de koers van het Kabinet de Coalitie opbreken, zoals iedereen al vanaf dag 1 had kunnen zien aankomen. Nadat er naar D66 werd gelekt dat VVD, FVD, CU gesprekken waren begonnen voor een Coalitie zonder D66 begon deze partij onmiddellijk met gesprekken met LPU, GROEN en Lijst TH8 voor een alternatieve linkse Coalitie. Zelfs het oude conflict met GROEN zou voor D66 aan de kant worden geschoven om aan de macht te kunnen blijven. Wat niet bekend was bij het linkse kamp was dat deze Rechtse partijen gesprekken waren begonnen omdat zij dachten dat de Linkse partijen gesprekken waren begonnen over een nieuwe Coalitie zonder VVD en FVD. Voor bijna 24 uur wist iedereen van iedereen dat de ander bezig was met het formeren van een alternatieve Coalitie om het andere kamp voor te zijn. In deze dag van de lange messen kregen LPU en GROEN veel toezeggingen om te voorkomen dat ze zouden ingaan op aanboden om te gaan formeren met de VVD, FVD en CU. De dag erna viel het Kabinet formeel, en volgde een korte formatie voor een zeer linkse Coalitie van D66, GROEN, LPU en TH8. Kabinet-Quintionus III was een feit.

Van Rechts naar Links:

Van een van de meest Rechtse coalities uit de geschiedenis van RMTK naar Centristisch Status-Quo naar een van de meest Linkse coalities uit de geschiedenis van RMTK gaat is een hele prestatie, zeker binnen zo’n korte periode.
Net zoals met eerdere titels van Regeerakkoorden gaf deze ook een prachtig beeld: De titel was ''Breedlinks maar dan Breder: Antifa? JA!''. Een Kabinet met voormalig partijleider van de Communistische Partij OKELEUK op Financiën, met een economisch beleid dat lijkt te bestaan uit CO2 -en klimaatbelastingen op alles wat beweegt of bestaat en nog net geen verplichte inkomensafhankelijke sojaburgers, dat zal nog eens leuk worden. Net als het verplicht opnemen van 100.000 vluchtelingen tijdens de regeerperiode van het Kabinet en het terugdraaien van het halve beleid dat tijdens Kabinet-Quintionus I was doorgevoerd.
De ideologie van de Premier leek te bestaan uit Pluche op #1, en ideologische consistentie ergens achteraan. Zelf claimde hij later dat 'Het trauma van Quint-I' de drijvende kracht hierachter was, in een poging om de schade wat te herstellen. Maar we kunnen naar alle redelijkheid ook stellen dat het net zo goed om politieke macht en behoud van het Torentje ging.

Verschroeide Aarde:

Dit nieuwe Kabinet had 16 van de 25 zetels in de Tweede Kamer in handen, een ruime meerderheid. Maar in de Eerste Kamer lag dat anders, daar had de Oppositie en Coalitie evenveel zetels (zoals toen nog gebruikelijk was). Dit was om de Eerste Kamer te de-politiseren, en de EK als een onafhankelijk en controlerend instituut te behouden zodat een Coalitie niet zomaar alles automatisch zou kunnen doordrukken.
Dit zorgde ervoor dat veel beleid uit het Kabinet met ruime meerderheid door de TK ging, maar sneuvelde in de EK. Er kunnen goede argumenten gemaakt worden dat niet alle voorstellen inhoudelijk even goed in elkaar zaten, net als dat de Oppositie overijverig was in het vinden van technische details om voorstellen in de Eerste Kamer af te keuren. Allebei speelde waarschijnlijk een rol. Tegelijkertijd weigerde het Kabinet eerder aangenomen Moties met een rechts karakter uit te voeren, en was er onder enkele Ministers een zeer lage activiteit. Het gevolg zou een steeds grotere frustratie en poging om elkaar tegen te werken door zowel Coalitie als Oppositie zijn. Er was hoe dan ook geen enkele goodwill meer te vinden tussen beide kampen.
Intern liep het binnen het Kabinet ook niet allemaal koek en ei, en dreigde er regelmatig Ministers op te stappen of het Kabinet op te blazen als hun beleid niet zou worden uitgevoerd. Stress, frustratie en een strategie van verschroeide aarde zetten alles op scherp, en het Kabinet klem. Het was alles of niets geworden.

De Quintionus-Putsch:

Alles bij elkaar stond iedereen op scherp, en handelde iedereen in reactie op elkaar steeds extremer, opgejut door de meest radicale karakters aan beide kanten. Het hoogtepunt en kookpunt zou uiteindelijk tot een door Premier Quintionus ingediende Kamerbrief leiden, die door het Presidium zou worden geweigerd. Deze Kamerbrief werd gelekt naar de Oppositie en omgedoopt tot de Quintionus-Putsch.
Deze nu beruchte Kamerbrief informeerde het Kabinet de Staten-Generaal over het besluit om 'uit naam van de vrijheid en het democratische mandaat van het Kabinet' een aantal wetsvoorstellen per Koninklijk Besluit om de Kamer heen door te voeren, omdat de sabotage en onwil van de Oppositie in de Eerste Kamer regeren onmogelijk had gemaakt en deze zware stap noodzakelijk was geworden 'uit bescherming van de rechtstaat en de Nederlandse instituten'. De Kamerbrief eindigde met de kreet ''Leve Nederland, Leve de Republiek!''
De Oppositie blokkeerde wetsvoorstellen in de Eerste Kamer, dus het Kabinet dreigde de wetsvoorstellen over te gieten in de vorm van een Koninklijk Besluit en deze zonder de input van de Staten-Generaal door te drukken en uit te voeren, net als het ontmantelen en verzwakken van al bestaande wetgeving in kleine stapjes per Koninklijk besluit. Ieder rationeel denkend mens zou dit moeten zien als wat het was: een redelijk autoritaire machtsgreep om per decreet te regeren en het Parlement aan de kant te schuiven.
De Oppositie reageerde vel en met spoed. In een door de voltallige Oppositie ondertekend spoeddebat werd dit plan met de sterkst mogelijke termen veroordeeld, het onmiddellijke ontslag van het volledige Kabinet geëist en een stemming verzocht over een spoedvoorstel om de Hoge Raad een Artikel 119-procedure voor te leggen ter vervolging van alle leden van het huidige kabinet en eventuele samenzweerders. Dit was in de ogen van de Oppositie een staatsgreep, niets meer en niets minder. En ondanks de volledige objectiviteit van uw verslaggever kan onze redactie ook niet anders oordelen dan dat ze tot zekere hoogte een punt hadden. De Putsch was een extreem autocratische handeling geweest om de democratische instituten buiten spel te zetten, en vervolging voor hoogverraad klinkt in zo'n geval niet meer dan logisch.
De andere kant van het verhaal, dat het Kabinet geen andere opties meer had omdat de Oppositie alles blokkeerde, is een begrijpelijk argument. Maar de actie uit het Kabinet was in welk opzicht je het ook bekijkt veel te radicaal.
Wat was de oorzaak van de Putsch? Hoe had het zo ver kunnen komen? Het was voor iedereen hoe dan ook duidelijk dat het over en uit was, en dit Kabinet niet lang meer door kon. De Putsch was simpelweg te extreem geweest, en zelfs enkele Kamerleden uit de Coalitie begonnen te morren over de gang van zaken.
Wat publiekelijk niet bekend was, was dat Quintionus al enkele weken voor de Putsch met een aantal Kabinetsleden in gesprek was over mogelijk vroegtijdig aftreden. Een combinatie van een enorme hoeveelheid stress, oververmoeidheid, opjutten door de meest radicale Ministers van het Kabinet en andere kwalen hadden ervoor gezorgd dat er geen enkele ruimte meer was voor rationeel handelen of denken. Afzwaaien was op termijn voor zichzelf al lang duidelijk, de vraag was niet óf, maar wanneer. Dit jaar van Zout zou eindigen in een ongekende en ongezonde hoeveelheid zout. Zoveel zout dat het een autocratische machtsgreep een acceptabel genoeg voorstel was geworden voor een Kabinet en Premier om in te dienen. Waarlijk een waardig einde voor een jaar van extremen.
Onder zware druk van de Oppositie trad Quintionus enkele dagen na het spoeddebat af als Minister-President, en ook als Partijleider van D66. Hij zou voor de aankomende periode zich uit de politiek terugtrekken. Het doek was gevallen voor het laatste Kabinet-Quintionus.
Defensieminister en Partijvoorzitter 123Ricardo210 volgde hem op als Partijleider van D66. Ondanks persoonlijk grote hoop op het Premierschap tijdens een snelle formatie tussen D66, VVD, FVD en CU zou hij uiteindelijk misgrijpen. VVD, FVD en CU hadden geen vertrouwen in nóg een Premier van D66, en schoven oud-Premier Vylander naar voren, die daardoor na bijna een jaar sinds het aftreden van zijn eerste Kabinet weer terugkeerde in het Torentje. Het Vylander-loos tijdperk was ten einde. Ironisch genoeg zou de Premier die door de Oppositie van dictatoriaal en autocratisch gedrag werd beschuldigd door diezelfde Oppositie vervangen worden door een Premier met een autoritaire persoonlijkheidscult.

Gevolgen en Reflectie:

Na drie maanden van Kabinet-Vylander II brak de 7e verkiezing van RMTK aan. Dit was de eerste gesimuleerde verkiezing van RMTK en gaf een politieke aardverschuiving. Niet lang voor de verkiezing was Quintionus overleden aan een ernstige lavendelallergie. De LPU was tijdens een kortstondige ban van Partijleider OKELEUK gecoupt door een groep jonge partijleden, en omgevormd tot de Sociaaldemocratische SDAP. De 7e verkiezing was niet meer afhankelijk van haar resultaten van TNL, maar van het gesimuleerde gedeelte.
De VVD was de grote winnaar met 6 zetels, en was voor het eerst in haar geschiedenis de grootste op RMTK. De SDAP eindigde met 5 zetels en anti-monarchistische nieuwkomer RPN won 3 zetels. D66 en GROEN waren de grote verliezers, en kregen respectievelijk 3 en 2 zetels. Niet lang na de verkiezing zou GROEN zichzelf opheffen, haar leden stapte over naar D66 en RPN.
De verkiezing bracht een einde aan de macht van de twee traditioneel grootste partijen: D66 zou nooit meer de grootste partij zijn of tot de grootste behoren, en GROEN zou zichzelf opheffen. Beide partijen zouden nooit meer een Premier leveren.
Terugkijkende op de Putsch is makkelijk te zeggen dat het averechts heeft gewerkt. Echter, sommigen betrokken politici zouden later beargumenteren dat de Putsch gerechtvaardigd was, dat de Oppositie zo extreem was geweest in zijn obstructie dat het Kabinet geen keus had gehad. De Putsch is het kroonpunt van een jaar van zout, van vijf Kabinetten, drie Premiers en een hele berg conflicten en zout. En hoe gaat iemand van geen ervaring op RMTK direct door naar Partijleider van de grootste partij naar Premier zonder enige ervaring? En van een extreemrechtse Regering naar een extreemlinkse Regering naar autocraat? Het jaar van zout is een jaar waarin extremen normaal werden, vol verandering en conflict. Alleen de geschiedenis kan beoordelen of de keuzes in deze periode goed of fout waren.
Voor Andere Tijden RMTK, dit was Hans Goedkoop.
*Volgende keer in Andere Tijden RMTK: Een uniek experiment met een volledig ingesproken videoversie van Andere Tijden!
submitted by Der_Kohl to RMTKMedia [link] [comments]

Antwoord op vragen van de leden Van den Hul en Ploumen over het bericht ‘Niger, part 1: At the centre of a brewing militant storm’

  Hierbij bied ik de antwoorden aan op de schriftelijke vragen gesteld door de leden Ploumen en Van den Hul (beiden PvdA) over het bericht ‘Niger, part 1: At the centre of a brewing militant storm’. Deze vragen werden ingezonden op 4 april 2019 met kenmerk 2019Z06735.   Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking,   Sigrid A.M. Kaag   Antwoorden van de Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking op vragen van de leden Ploumen en Van den Hul (beiden PvdA) over het bericht ‘Niger, part 1: At the centre of a brewing militant storm’ van de New Humanitarian van 28 maart 2019, en van het bericht ‘Niger, part 2: Counting the dead, waiting for justice’ van de New Humanitarian van 1 april 2019   Vraag 1   Heeft u kennisgenomen van het bericht ‘Niger, part 1: At the centre of a brewing militant storm’ van de New Humanitarian van 28 maart 2019, en van het bericht ‘Niger, part 2: Counting the dead, waiting for justice’ van de New Humanitarian van 1 april 2019?   Antwoord   Ja.   Vraag 2   Deelt u de zorgen over het toenemend aantal vluchtelingen in de regio Tillabéri en Tahoua in Niger en het toenemende geweld en onrust in deze gebieden?   Antwoord   Nederland deelt de zorgen over de verslechtering van de veiligheidssituatie in deze regio’s. Het geweld in de grensregio Mali – Niger heeft in belangrijke mate bijgedragen aan de toename van vluchtelingen en interne ontheemden in Niger.   Vraag 3   Welke gevolgen hebben de ontwikkelingen in deze regio voor de levensomstandigheden in Niger en in deze gebieden in het bijzonder?   Antwoord   Niger vangt als gevolg van de onrust in de buurlanden Mali en Nigeria een groot aantal vluchtelingen op uit deze landen. Volgens de VN-vluchtelingenorganisatie UNHCR waren er per 1 maart 2019 in Niger 174.767 vluchtelingen waarvan 118.868 uit Nigeria en 55.496 uit Mali. Niger behoort tot de armste landen in de wereld en eindigde in 2018 op de Human Development Index van de Verenigde Naties als minst ontwikkelde land ter wereld (189/189). Hierdoor staat de publieke dienstverlening in het hele land onder druk. Dit geldt des te meer voor de grensregio’s waar de meeste vluchtelingen worden opgevangen.   Vraag 4   Heeft u contact gehad met de VN Vluchtelingenorganisatie UNHCR over de situatie die in deze regio is ontstaan en op welke wijze de UNHCR ondersteund kan worden om verslechtering van de situatie zoveel mogelijk te voorkomen? Zo nee, heeft u contact gehad met andere op de Sahel gerichte hulporganisaties of internationale samenwerkingsverbanden? Zo ja, wat is hieruit gekomen?   Antwoord   Nederland onderhoudt regelmatig contact met diverse VN-organisaties, zoals UNHCR, over de humanitaire situatie in de regio, ook vanuit het ambassadekantoor in Niamey. Ook tijdens mijn recente bezoek aan Niger op 12 en 13 februari jl. heb ik gesproken met UNHCR. Nederland steunt UNHCR met een ongeoormerkte bijdrage van EUR 33 miljoen. Daarnaast zal Nederland de komende jaren de steun aan Niger verder uitbreiden (zie antwoord vraag 7).   Vraag 5   Beschikt Nederland inmiddels zelf over een vertegenwoordiging in Niger? Zo nee, op welke termijn verwacht u dit?   Antwoord   Sinds januari 2018 is een ambassadekantoor operationeel in Niger, waar op dit moment een uitgezonden diplomaat werkzaam is. De Minister van Buitenlandse Zaken heeft dat kantoor op 31 oktober 2018 officieel geopend in aanwezigheid van zijn Nigerijnse ambtgenoot. In het Algemeen Overleg Postennet van 17 oktober 2018 heeft hij aangegeven in de loop van het jaar de opties te verkennen om dit kantoor uit te breiden tot een ambassade. In de loop van het jaar 2019 zal het personeelsbestand verder worden uitgebreid, teneinde uitvoering te geven aan de intensivering van het beleid m.b.t. de Sahel, zoals aangegeven in de nota “Investeren in Perspectief”.   Vraag 6   Heeft u dan contact gehad met uw Europese ambtsgenoten over deze ontwikkelingen of in een ander internationaal verband? Zo nee, waarom niet? Zo ja, kunt u hierover informatie verschaffen?   Antwoord   Nederland bespreekt de politieke en humanitaire situatie in Niger en de Sahel regelmatig met de Europese vertegenwoordigers in de regio, in Brussel en op het niveau van de hoofdsteden.   Vraag 7   Wat kan er, gelet de verontrustende combinatie van instabiliteit en armoede, volgens u gedaan worden om verslechtering van de situatie in Niger zoveel mogelijk te voorkomen?   Antwoord   Tijdens mijn laatste bezoek aan Niger, 12 en 13 februari jl., heb ik aangekondigd dat Nederland voor 2019-2022 EUR 100 miljoen zal investeren in de ontwikkeling van Niger. De Nederlandse inzet in Niger zal sterk gericht zijn op het versterken van de stabiliteit in Niger door meer te investeren in perspectief voor, met name, jongeren, vrouwen en meisjes. Hierbij gaat de aandacht in het bijzonder uit naar water en voedselzekerheid, justitie en rechtsstaat, SRGR, onderwijs en de bevordering van de private sector. Tevens draagt Nederland bij aan het tegengaan van migrantensmokkel in Niger middels een bijdrage aan de VN organisatie ter bestrijding van drugs en criminaliteit (UNODC). Naast het geven van ontwikkelingshulp (ongeveer 950 miljoen Euro tussen 2014 – 2020) versterkt de EU ook de Nigerijnse veiligheidssector middels capaciteitsopbouw ten behoeve van regulering grensverkeer en aanpak van irreguliere migratie (EUCAP Sahel Niger). Nederland draagt aan deze missie twee trainers/experts bij.   Vraag 8   Wat zijn de gevolgen voor de strategie voor vredesprocessen en de ontwikkeling van de regio wanneer de lokale milities inderdaad wapen- en drugsmokkelaars blijken te zijn, en zij niet primair politiek gemotiveerd zijn?   Antwoord   Het is niet ongebruikelijk dat politiek gemotiveerde milities (waar ook ter wereld) zichzelf financieren met criminele activiteiten, en dat zulke activiteiten gestaag meer en meer op de voorgrond treden. Een doeltreffende aanpak door leger, politie en justitiële autoriteiten is daarop het antwoord, met handhaving van de mensenrechten, en met waarborgen voor een correct verlopende strafrechtketen. Nederland ontwikkelt daarom momenteel een regionale activiteit ter ondersteuning van de strafrechtketen en ter bestrijding van transnationale criminaliteit in Niger, Mali en Burkina Faso.   Antwoord   Vraag 9   Welke invloed hebben deze ontwikkelingen voor de uitvoering en de doelstellingen van de Sahel-strategie zoals verwoord in de beleidsnota Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking?   Antwoord   In de beleidsnota Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking is de Sahel geïdentificeerd als focusregio, juist omdat in deze regio sprake is van een verontrustende combinatie van instabiliteit en armoede. De regering pakt deze problemen aan door in te zetten op armoedebestrijding en te investeren in programma’s voor (beroeps)onderwijs, werk en inkomen voor jongeren en vrouwen in de Sahel. Zie tevens het antwoord op vraag 7.   Vraag 10   Deelt u de opvatting dat door de focus op terrorismepreventie aan de noden van de slachtoffers niet of onvoldoende kan worden voldaan? Zo nee, waarom niet? Zo ja, welke verbetermogelijkheden ziet u?   Antwoord   De Nederlandse inzet in de Sahel en Niger wordt gekenmerkt door een geïntegreerde benadering, met investeren in perspectief als leidraad. Hierbij vormen de BHOS-nota, maar ook de Gemeenschappelijke Buitenland- en Veiligheidsstrategie en de integrale migratieagenda van het kabinet de belangrijkste beleidskaders voor de inzet.   Vraag 11   Heeft u een verklaring voor het toegenomen terroristische en intercommunaal geweld? Speelt discriminerende wet- en regelgeving in Niger hierbij mogelijk rol? Zo ja, ziet u mogelijkheden deze in bilateraal dan wel internationaal verband bij de Nigerese autoriteiten onder de aandacht te brengen?   Antwoord   Zoals eerder benoemd, het toegenomen geweld in Niger vindt voor een groot deel zijn oorsprong in de buurlanden Mali en Nigeria. Ook Niger kent een geschiedenis van intercommunale spanningen, in het bijzonder met de Touareg in het noorden, maar heeft al sinds de jaren 90 sterk ingezet op meer diversiteit en inclusiviteit in het bestuur als onderdeel van een vredesakkoord. Er zijn daarom minder intercommunale spanningen in Niger dan in buurland Mali en dus minder mogelijkheden voor gewelddadige groepen om gevoelens van onvrede te exploiteren voor eigen doeleinden. Niger wordt juist veelal geroemd om de wijze waarop het omgaat met de vertegenwoordiging van diverse bevolkingsgroepen in het openbaar bestuur.
  Datum: 2 mei 2019   Nr: 2019D18371   Indiener: S.A.M. Kaag, minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking   Bron:    tweedekamer.nl
submitted by kamerstukken-bot to kamerstukken [link] [comments]

Antwoord op vragen van het lid Van Raan over het bericht dat VNO-NCW is aangesloten bij een machtige lobbygroep die het verhogen van de Europese klimaatambitie actief tegenwerkt

Geachte Voorzitter,   Op 24 september 2018 heeft het lid Van Raan (PvdD) schriftelijke vragen gesteld over het bericht dat VNO-NCW is aangesloten bij een machtige lobbygroep die het verhogen van de Europese klimaatambitie actief tegenwerkt (kenmerk 2018Z16636). Hierbij stuur ik u de antwoorden op de gestelde vragen, mede namens de minister van Buitenlandse Zaken en de minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking.   Eric Wiebes   Minister van Economische Zaken en Klimaat   2018Z16636   1 Kent u het bericht ‘Strategie bedrijven tegen klimaatactie onthuld’?   Antwoord   Ja.     2 Kunt u bevestigen dat de Nederlandse werkgeversorganisatie VNO-NCW is aangesloten bij de invloedrijke lobbygroep Business Europe?   Antwoord   Ja, VNO-NCW is net als 39 andere ondernemersorganisaties uit de Europese landen lid van Business Europe.   3   Kent u de recent uitgelekte notitie van Business Europe waarin hun lobbystrategie uit de doeken wordt gedaan om een verhoging van de Europese klimaatambitie tegen te werken?   4 Erkent u dat het tegenwerken van een verhoogde Europese klimaatambitie (van 40% naar 45% CO2-reductie in 2030) haaks staat op het in het regeerakkoord benoemde voornemen om op Europees niveau het voortouw te nemen het CO2-reductiedoel op 55% in 2030 te krijgen? Zo nee, waarom niet?   Antwoord 3 en 4   Ik ben bekend met de notitie waarin Business Europe een standpunt inneemt ten aanzien van de verhoging van de Europese klimaatambitie. Het is van groot belang dat de klimaatambities en bijbehorende nationale en Europese doelstellingen breed worden gedragen door de samenleving. De doelstelling kan immers alleen succesvol worden gerealiseerd als bedrijfsleven, overheden en maatschappelijke organisaties hier gezamenlijk de schouders onder zetten. In Nederland werkt het kabinet met vele partijen, waaronder VNO-NCW, constructief samen om invulling te geven aan 49% broeikasgasreductie in 2030.     5 Wat is uw inzet tot nu toe geweest om het in het regeerakkoord genoemde pleidooi voor 55% CO2-reductie in 2030 in de praktijk te brengen?   Antwoord   Zoals aangegeven in het regeerakkoord, wil dit kabinet in de EU het voortouw nemen om het reductiedoel voor 2030 te verhogen van 40% naar 55 % ten opzichte van 1990. Besluitvorming over deze verhoging moet plaatsvinden op basis van unanimiteit. Dit betekent dat we uiteindelijk het gesprek met alle lidstaten aangaan. Insteek daarbij is om uiterlijk in 2020 – als onderdeel van de mondiale ambitiecyclus – te komen tot een meer ambitieuze bijdrage vanuit de EU aan de doelen van het Akkoord van Parijs.   De klimaatonderhandelingen die eind dit jaar in Polen plaatsvinden zijn een eerste stap in dit traject. De faciliterende dialoog die daar zal plaatsvinden (Talanoa-dialoog) is het eerste formele moment om naar de collectieve inzet en die van de EU te kijken.   In 2019 wil ik op basis van het voorstel van de Europese Commissie voor een langetermijnstrategie voor Klimaat een discussie starten over het broeikasgasreductiedoel voor 2030. In mijn streven voor het ophogen van de EU klimaatambities werk ik nauw samen met Frankrijk, Zweden, Finland, Spanje, Portugal en Luxemburg. Nederland wil deze coalitie uitbreiden en zet zich hiervoor in.   6 Erkent u dat het blokkeren van een verhoging van de Europese klimaatambitie vervolgens door diezelfde tegenkrachten van ambitieus klimaatbeleid gebruikt kan worden als argument om hier in Nederland op de rem te trappen bij het tot stand brengen van Nederlands klimaatbeleid? Zo nee, waarom niet?   Antwoord   Ja. Voor internationaal concurrerende bedrijven zijn de concurrentieverhoudingen met bedrijven in andere lidstaten van belang. Zij zijn daarom gebaat bij een gedeelde Europese ambitie en een gelijk speelveld. Een gedeelde Europese ambitie die in lijn is met het akkoord van Parijs draagt ook bij aan effectief klimaatbeleid. Daarom zet het kabinet zich in voor 55% broeikasgasreductie in 2030. We werken hierin nauw samen met andere lidstaten die zich hier ook voor willen inzetten. Zoals ook bij het antwoord op de vragen 3 en 4 vermeld, werkt het kabinet in Nederland met vele partijen constructief samen om invulling te geven aan 49% broeikasgasreductie in 2030.     7 Wat is uw boodschap aan de Europese Unie met betrekking tot de door Business Europe gebezigde strategie om de Europese klimaatambitie niet eens naar 45% te tillen? Deelt u de mening dat het juist nu belangrijk is om publiekelijk afstand te nemen van deze doelstelling van Business Europe? Zo nee, waarom niet?   Antwoord   De Nederlandse klimaatboodschap aan de Europese Unie is helder: verhoog het 2030-broeikasgasreductiedoel naar 55%.     8 Hoe beoordeelt u de woordkeuze van Business Europe zoals het gebruik maken van de “gebruikelijke argumenten” om het proces tegen te werken en “het belang van extra ambitie te minimaliseren”?   Antwoord   De woordkeuze past niet bij de ambities van het Nederlandse kabinet. Zowel in Nederland als in Europa streeft dit kabinet naar een ambitieus klimaatbeleid.     9 Is het waar dat Unilever in 2014 uit deze klimaatonvriendelijke lobbygroep is gestapt omdat het zelf voorstander is van strenger klimaatbeleid? Zo nee, hoe zit het dan?   Antwoord   Unilever is een bedrijf dat eigenstandig haar afwegingen maakt om al of niet lid te zijn van een belangenorganisatie. Ik verwijs u voor de beantwoording van deze vraag dus ook naar Unilever zelf.     10 Kunt u uitsluiten dat VNO-NCW bij de totstandkoming van de hoofdlijnen van het voorlopige Nederlandse Klimaatakkoord gehandeld heeft in lijn met de recent uitgelekte notitie van Business Europe? Zo nee, bent u bereid de specifieke inbreng van VNO-NCW na te gaan? Zo ja, kunt u dat toelichten?   Antwoord   VNO-NCW is een constructief lid aan de klimaattafels. Zoals aangegeven in de kabinetsappreciatie vraagt het kabinet alle partijen aan de tafels in de tweede ronde om tot een akkoord te komen om nadrukkelijker in beeld te brengen welke aanvullende maatregelen nog mogelijk zijn. Dit geldt dus ook voor VNO-NCW. De aanvullende maatregelen zijn van belang zodat we goed zijn voorbereid als de Europese doelstelling wordt aangescherpt. Omdat de uitkomst van de internationale gesprekken in 2019 nog niet vaststaat, kan de uiteindelijke doelstelling voor 2030 afwijken van de 49% waar het kabinet nu van uit gaat.   11 Bent u bereid om de onderhandelaars van het Klimaatakkoord te waarschuwen voor dergelijke tegenkrachten door hen te wijzen op het specifieke voorbeeld van de genoemde lobbystrategie van Business Europe? Zo nee, waarom niet?   12 Bent u bereid om ook alle overheidsvertegenwoordigers die in contact staan met VNO-NCW te wijzen op dergelijke tegenkrachten? Zo nee, waarom mag overheidspersoneel niet worden geïnformeerd over strategieën die niet alleen haaks staan op ambitieus klimaatbeleid, maar zelfs de bescheiden klimaatambitie in het regeerakkoord ondermijnen?   Antwoord 11 en 12   Zowel overheidsvertegenwoordigers die in contact staan met VNO-NCW als   de partijen aan de Industrietafel zijn zich bewust van de internationale context waarbinnen de industrie opereert. Over tal van onderwerpen op nationaal en internationaal niveau wordt een lobby gevoerd door diverse maatschappelijke- en belangenorganisaties om invloed uit te oefenen op beleidsvorming.  
  Datum: 5 november 2018    Nr: 2018D52640    Indiener: E.D. Wiebes, minister van Economische Zaken en Klimaat
Bron:    tweedekamer.nl
submitted by kamerstukken-bot to kamerstukken [link] [comments]

Antwoord op vragen van de leden Kuik, Omtzigt en Voordewind over de berichtgeving dat hulpgelden niet terechtkomen bij yezidi’s en christenen

  1   Hierbij bied ik de antwoorden aan op de schriftelijke vragen gesteld door de leden Kuik, Omzigt en Voordewind over de berichtgeving dat hulpgelden niet terechtkomen bij yezidi’s en christenen. Deze vragen werden ingezonden op 6 juli 2018 met kenmerk 2018Z13732.   De Minister voor Buitenlandse Handel   en Ontwikkelingssamenwerking,   Sigrid A.M. Kaag   Antwoorden van de minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking op vragen van de leden Kuik (CDA), Omtzigt (CDA) en Voordewind (ChristenUnie) over de berichtgeving dat hulpgelden niet terechtkomen bij yezidi’s en christenen.   Vraag 1   Bent u bekend met het bericht “EU aid not reaching Yazidi in northern Iraq, says NGO”? 1)   Antwoord   Ja.   Vraag 2 Bent u bekend met het feit dat gelden van de Europese Unie (EU) niet aankomen op plaats van bestemming in Noord-Irak?   Antwoord   Ik herken dat beeld niet. Wel is het een feit dat de veiligheidssituatie in bepaalde delen van Noord-Irak nog steeds erg fragiel is. Het herstel van basisvoorzieningen en lokale infrastructuur in deze gebieden wordt hierdoor ernstig bemoeilijkt. Zowel Nederland als de EU spannen zich in om de toegang tot hulp in deze gebieden te verbeteren.   Vraag 3 Kunt u specificeren waar de 350 miljoen euro, welke gereserveerd is door de EU om Yezidi’s te helpen, voor bedoeld is?   Antwoord   Via het Directoraat-Generaal European Civil Protection and Humanitarian Aid Operations (ECHO) heeft de Europese Unie in de periode 2015 t/m 2017 bijna EUR 350 miljoen bijgedragen aan de humanitaire respons in Irak. De volledige humanitaire inzet van ECHO wordt gealloceerd op basis van het humanitair imperatief en de humanitaire principes, zoals vastgelegd in het beleidskader European Consensus on Humanitarian Aid van 2007. Zodoende kan niemand geselecteerd of uitgesloten worden op basis van bijvoorbeeld etniciteit, religie, leeftijd of gender. Hier hoort ook bij dat de bestemming van EU noodhulpgeld niet wordt bepaald door politieke overwegingen maar gebaseerd is op de ernst van humanitaire noden.   De betreffende EUR 350 miljoen is derhalve niet specifiek gereserveerd voor Yezidi’s. Wel betreft het een ernstig gemarginaliseerde bevolkingsgroep, waardoor valt te verwachten dat een deel van het humanitaire budget van de EU ook Yezidi’s ten goede is gekomen, op basis van de humanitaire noden.   Vraag 4 Hoeveel heeft Nederland bijgedragen aan deze 350 miljoen euro?   Antwoord   Bijdragen die onderdeel uitmaken van de EU humanitaire hulpinspanningen, worden gefinancierd vanuit de EU-begroting. Deze financiering valt binnen het huidige Meerjarig Financieel Kader (2014-2020). Op basis van de BNI-verdeelsleutel is het Nederlandse aandeel in deze bijdrage circa 4,7%.   Vraag 5 Op welke wijze kan het Nederlandse parlement deze EU-uitgaven beter controleren?   Antwoord   Het kabinet hecht aan transparantie, verantwoording en controle op de gehele EU-begroting. Het kabinet heeft in dat kader ook begrip voor de wens van het parlement om meer inzicht te krijgen in de inzet en bestedingen van de Europese Commissie in derde landen. In reactie op de motie BeckeBouali (Kamerstuk 21501-04, nr. 209) zal het kabinet daarom een jaarlijkse brief opstellen over de toepassing van het externe financieringsinstrumentarium van de EU. Deze brief zal uw Kamer na het zomerreces toekomen. In deze brief zal ik namens het kabinet ook ingaan op de EU-inzet op het gebied van humanitaire hulp.   Vraag 6 Hoe kan de situatie worden verbeterd, waarbij het geld uiteindelijk niet op de juiste plek terecht komt vanwege corrupte autoriteiten? Welke rol kan Nederland daarin spelen?   Antwoord   Nederland werkt, net als de EU, in Irak alleen via partners die beschikken over een Framework Partnership Agreement met de Europese Commissie (DG ECHO) en/of een door het Ministerie van Buitenlandse Zaken goedgekeurde Checklist Organizational Capacity Analysis (COCA). Met deze instrumenten wordt vastgesteld of uitvoerende organisaties voldoen aan kwaliteitscriteria ten aanzien van doelmatige en rechtmatige besteding en verantwoording van subsidies. In aanvulling daarop worden voor alle programma’s risicoanalyses uitgevoerd, waarbij de verschillende soorten risico’s (programmatisch, context-gerelateerd) in kaart worden gebracht. In de uitvoering van programma’s wordt actief op deze risico’s gemonitord en worden mitigerende maatregelen genomen wanneer daartoe aanleiding is. Op deze wijze tracht Nederland het risico dat geld op verkeerde bestemmingen belandt, te minimaliseren. Daarnaast laat DG ECHO jaarlijks humanitaire activiteiten gefinancierd door de Europese Commissie in een aantal humanitaire crises of met betrekking tot specifieke thematische prioriteiten evalueren door onafhankelijke experts.   Vraag 7 Kunt u de berichten bevestigen dat naast de Yezidi’s ook Christenen moeilijk bereikt worden met hulpmiddelen? Kunt u aangeven in hoeverre hulp Christenen weet te bereiken?   Antwoord   Het kabinet heeft geen aanwijzingen dat Christenen niet goed bereikt kunnen worden met hulp. De Funding Facility for Stabilisation (FFS) van de VN voert veel stabilisatiewerkzaamheden uit in gebieden en plaatsen waar veel Christenen wonen, zoals op de Ninewa-vlakte. Tijdens mijn bezoek aan het overwegend Christelijke dorp Karamless in Noord-Irak ben ik daarvan getuige geweest. In die gebieden zijn ook veel Christelijke hulporganisaties actief, zoals onze partners in de Dutch Relief Alliance (DRA, het consortium van Nederlandse humanitaire Ngo’s).   Vraag 8 Kunt u aangeven welke hulp Nederland heeft verschaft aan de slachtoffers van ISIS in de afgelopen vijf jaar? Kunt u heel precies aangeven waar deze hulp terecht gekomen is?   Antwoord   Sinds de opmars van ISIS in Irak heeft Nederland op verschillende manieren de slachtoffers van ISIS ondersteund. Naast de Nederlandse deelname aan de anti-ISIS coalitie, die samen met de Iraakse strijdkrachten, inclusief de Peshmerga, ervoor heeft gezorgd dat ISIS geen grondgebied meer in handen heeft in Irak, heeft Nederland humanitaire hulp en steun voor stabilisatie en wederopbouw gegeven.   Nederland heeft in de jaren 2014 – 2018 EUR 83,1 miljoen bijgedragen aan de humanitaire respons in Irak. Dit geld is besteed via de DRA en via het VN Iraq Humanitarian Pooled Fund (IHF), ter implementatie van het Irak Humanitarian Response Plan (HRP). Met een bijdrage van ruim EUR 40 miljoen aan het IHF was Nederland de op drie-na-grootste donor. Humanitaire hulp wordt aan de meest kwetsbaren gegeven op basis van een assessment van de grootste noden. Op basis hiervan is de meeste humanitaire hulp aan Irak terecht gekomen in de provincies Ninewa, Anbar, Salah al-Din, Erbil, Dohuk en Kirkuk.   Daarnaast heeft Nederland substantieel bijgedragen aan de stabilisatie en wederopbouw van door ISIS verwoeste gebieden. Via de Funding Facility for Stabilisation heeft Nederland sinds 2015 met EUR 57 miljoen (inclusief de recent aangekondigd bijdrage van EUR 20 miljoen) bijgedragen aan herstel van essentiële infrastructuur in op ISIS bevrijde gebieden. De FFS werkt in alle op ISIS heroverde gebieden, inclusief de provincies Ninewa, Anbar, Salah al-Din en Kirkuk. Nederland draagt ook bij aan psychosociale ondersteuning van Yezidi vrouwen en kinderen en andere kwetsbare groepen in Noord-Irak via Norwegian People’s Aid.   Via een recente bijdrage van EUR 5 miljoen voor UNICEF steunt Nederland de komende 2 jaar toegang tot onderwijs en psychologische ondersteuning voor kinderen in kwetsbare posities, in provincies die het hardst getroffen zijn door het conflict (Anbar, Ninewa, Kirkuk en Dohuk). Via de Internationale Organisatie voor Migratie (IOM) draagt Nederland bij aan het versterken van sociale cohesie in Irak en het creëren van werkgelegenheid voor Iraakse jongeren. Hierbij is speciale aandacht voor teruggekeerde ontheemden en voor preventie van verdere ontheemding.   Voor een gedetailleerd overzicht van de Nederlandse activiteiten in Irak verwijs ik u graag naar het overzicht dat is meegestuurd met beantwoording van kamervragen op 23 januari jl. (Kamerstuk 2017Z18653).   Vraag 9 Bent u van mening dat de slachtoffers van ISIS (Moslims, Yezidi’s, Christenen, enzovoorts) voldoende worden ondersteund?   Antwoord   Alle bevolkingsgroepen hebben geleden onder het bewind van ISIS. We hebben allemaal de schrijnende verhalen gehoord en hebben de beelden van de verwoesting voor ogen. Ook bij mijn recente bezoek aan Irak heb ik deze verhalen gehoord en de enorme uitdagingen voor de slachtoffers van ISIS gezien. Daarom is en blijft Nederland een belangrijke partner van Irak in het bieden van hulp voor mensen die het meest hebben geleden onder ISIS. Zoals ik tijdens mijn reis heb aangekondigd, zal Nederland EUR 20 miljoen extra bijdragen aan het FFS programma van UNDP en trekt Nederland EUR 10 miljoen uit voor humanitaire hulp aan Irak in 2018. Daarnaast wordt de psychosociale hulp uitgebreid voor slachtoffers van ISIS, ontheemden en vluchtelingen (o.m. via UNICEF). De steun voor onderwijs voor kinderen van (teruggekeerde) ontheemden wordt voortgezet, o.a. via UNICEF. Via IOM krijgen ontheemden steun voor herintegratie en om in hun eigen inkomen te voorzien, bijvoorbeeld via vakopleidingen.   Vraag 10 Bent u van mening dat deze situatie vraagt om specifiek beleid op minderheden als Christenen en Yezidi’s in Irak?   Antwoord   In lijn met motie 27925/623 van de leden Voordewind en Van Helvert zet Nederland zich in voor de bescherming van minderheden in Irak, waaronder Christenen en Yezidi’s.   Nederland biedt humanitaire hulp aan de meest hulpbehoevenden. Volgens het VN Office for the Coordination of Humanitarian Affairs (OCHA), de coördinerende VN-instelling voor humanitaire hulp, zijn de noden het hoogst in Ninewa in Noord-Irak. De focus van humanitaire activiteiten in Irak lag zodoende in deze regio in de eerste helft van 2018, waar de hulp ook genoemde minderheden ten goede moet komen mits zij behoren tot de meest hulpbehoevenden. De afweging wie hiertoe behoort wordt gemaakt door professionele organisaties die op basis van onafhankelijk en onpartijdig onderzoek de meest hulpbehoevenden identificeren. Deze afweging geschiedt op basis van noden, en niet op basis van etniciteit of religie.   Ook in de projecten die zijn beschreven in het antwoord op vraag negen heeft Nederland speciale aandacht voor kwetsbare groepen. Deze hulp komt onder andere ten goede aan Christenen en Yezidi’s.   Vraag 11 In hoeverre zou de organisatie Caritas een partner kunnen zijn voor Nederland in de wederopbouw van Noord-Irak, aangezien zij wel hulp zouden weten te realiseren?   Antwoord   In principe kan iedere private (non-profit) organisatie een subsidieaanvraag indienen voor het genoemde doel. In de beoordeling van de aanvraag, die van voldoende kwaliteit moet zijn, wordt een afweging gemaakt op grond van onder andere de (beleids)relevantie van de voorgestelde interventie, de technische kwaliteit van het voorstel en de uitvoeringscapaciteit van de aanvrager.   Vraag 12 Heeft u onlangs, tijdens uw werkbezoek aan Irak, soortgelijke geluiden over de afwezigheid van hulp vernomen?   Antwoord   De verwoesting in Irak is groot en er zijn grote uitdagingen om iedereen te kunnen ondersteunen, maar tijdens mijn bezoek heb ik geen soortgelijke geluiden over de afwezigheid van hulp gehoord.   Vraag 13 Bent u op de hoogte van de situatie in de Noord-Iraakse stad Sinjar? Welke noden zijn volgens u daar het meest nodig? Zijn er ook andere hulpprogramma’s actief dan die van de EU?   Antwoord   Sinjar is ook voor Nederlandse vertegenwoordigers moeilijk te bereiken. Nederland beschikt daarom niet over een eigenstandige informatiepositie om de situatie ter plaatse te beoordelen. Diverse hulporganisaties, zoals UNDP, rapporteren dat de situatie ter plaatse nog altijd slecht is. Er vindt weinig terugkeer van ontheemden plaats naar Sinjar. De oorlogsschade is groot. Verschillende groepen controleren het gebied en de toegangswegen eromheen. De door hen ingerichte check points bemoeilijken soms de toegang voor hulpverleners. De veiligheidssituatie is onvoorspelbaar.   Dit neemt niet weg dat diverse hulporganisaties werkzaamheden in het gebied hebben opgepakt. Zo is het door zowel Nederland als de EU gefinancierde FFS inmiddels begonnen met 35 stabilisatieprojecten. Denk bijvoorbeeld aan herstel van scholen, mogelijk maken van medische zorg en herstel van de watervoorziening. De steun van Nederland aan de Mines Advisory Group voor het ontmijnen van bevrijde gebieden sluit hierop aan en maakt het voor ontheemden veiliger om terug te keren naar huis. De inspanningen van deze organisaties zijn onafhankelijk en neutraal en worden gekozen op basis van waar de noden het hoogst zijn.   De stad Sinjar staat zeker op de agenda, maar zoals gezegd baseert Nederland zich bij de toewijzing van humanitaire middelen op het humanitaire imperatief en de humanitaire principes, en kiest er niet voor om voorkeuren voor prioriteiten, groepen of gebieden aan deze organisaties op te leggen.   Vraag 14 Kunt u daarbij specifiek aangeven wat de internationale gemeenschap op dit moment doet om de 3200 al in 2014 uit Sinjar ontvoerde Yezidi vrouwen en kinderen te bevrijden? 2)   Antwoord   In het meest recente rapport van UNAMI, de VN missie in Irak, wordt vermeld dat iets minder dan de helft van de sinds 2014 door ISIS ontvoerde Yezidi’s (mannen en vrouwen) zijn bevrijd of gevlucht. Er zijn 3100 Yezidi’s die zich nog in ISIS gebied bevinden of worden vermist. Bij de bevrijding van gebieden onder controle van ISIS heeft de internationale gemeenschap verschillende pogingen ondernomen om daarbij de gevangen genomen vrouwen en kinderen vrij te krijgen, met wisselend succes. Nederland en de internationale gemeenschap blijven aandacht vragen voor de situatie van de Yezidi’s, o.a. bij de VN en de Iraakse autoriteiten.   Vraag 15 Welke rol spelen de Yezidi’s volgens u in de wederopbouw van (Noord-)Irak? Welke rol wordt hen door de Iraakse autoriteiten toebedeeld?   Antwoord   Alle Iraakse bevolkingsgroepen zijn belangrijk voor de toekomst van het land. Dat geldt ook voor de Yezidi’s. Veiligheid, een toekomstperspectief en betrokkenheid bij het Iraaks bestuur zijn van vitaal belang. De verantwoordelijkheid daarvoor ligt bij de Iraakse regering. Nederland en de EU hebben Irak meerdere keren opgeroepen te komen tot een inclusief Irak waarin alle bevolkingsgroepen een toekomst hebben, en zal de ontwikkelingen op dat punt blijven volgen, ook in nauw overleg met Yezidi-organisaties.   Vraag 16 Zijn er Nederlandse niet-gouvernementele organisaties actief in Noord-Irak? Zo ja, welke?   Antwoord   Er zijn verschillende Nederlandse organisaties actief in Noord-Irak, waaronder de partners van de DRA (Dorcas, ICCO & Kerk in Actie/ACT Alliance, Oxfam Novib, Tearfund, Terre des Hommes, World Vision en ZOA). Ook SPARK is actief in Noord-Irak en internationale afdeling van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG-I) zal er binnenkort met Europese fondsen aan de slag gaan. Pax zet zich via lokale partners in voor het versterken van de dialoog tussen maatschappelijke organisaties en lokale autoriteiten in onder andere het noordwesten van Ninewa.   Vraag 17 Hoeveel middelen heeft Nederland momenteel gereserveerd voor hulp aan Noord-Irak en specifiek voor de Yezidi’s?   Antwoord   Het is niet mogelijk hier een exact bedrag aan te verbinden. Dit hangt samen met de wijze waarop Nederland humanitaire hulp versterkt, waarbij hulporganisaties hun inzet bepalen op basis van waar de noden het hoogst zijn.   De Nederlandse humanitaire bijdrage voor Irak loopt via twee kanalen: de DRA en het door de VN beheerde Iraq Humanitarian Pooled Fund (IHF). Voor beide bijdragen geschiedt programmering op basis van het Humanitarian Response Plan.   Via de DRA wordt in 2018 EUR 3,78 miljoen aan het huidige Joint Response programma in Irak bijgedragen. Met dit geld wordt humanitaire hulp aan 113.600 mensen in nood gefinancierd. De Nederlandse hulporganisaties richten zich daarbij voornamelijk op activiteiten in het kader van mentale gezondheid en psychosociale zorg, alsook WASH interventies en cash-programma’s. De partners binnen de DRA zijn onder meer aanwezig in Noord-Irak, waaronder in Ninewa en Kirkuk. De Nederlandse bijdrage aan het IHF bedraagt EUR 7 miljoen in 2018; dit geld wordt door OCHA ingezet om humanitaire respons te financieren daar waar dit het hardst nodig is.   Op het gebied van stabilisatie komen zowel het door Nederland gesteunde FFS programma als ontmijningsactiviteiten van UNMAS ten goede aan de meest kwetsbare groepen, waaronder Yezidi’s. Nederland steunt daarnaast Norwegian People’s Aid voor het bieden van psychosociale hulp aan Yezidi’s en andere kwetsbare groepen in Noord-Irak. Ook de bijdragen aan UNICEF en IOM, genoemd onder het antwoord op vraag 9, komen mede ten goede aan Noord-Irak.   Vraag 18 Hoe, wat en waar gaat u de extra middelen beschikbaar stellen voor Irak, zoals gesteld in het notaoverleg van 28 juni 2018?   Antwoord   Om het beleid van de nota ‘Investeren in Perspectief – Goed voor de Wereld, Goed voor Nederland’ verder uit te werken, wordt op dit moment een landenstrategie voor Irak opgesteld. In deze strategie wordt onder meer het kader gegeven voor het uitgeven van de extra middelen voor Irak, aangekondigd in het notaoverleg van 28 juni 2018. Nederland zal in de samenwerking met Irak inzetten op vier werkvelden: veiligheid, migratie, werk en inkomen en mensenrechten. Bescherming van kwetsbare groepen en perspectief voor vrouwen en jongeren is daar expliciet onderdeel van.   Vraag 19 Kunt u een overzicht geven van met EU-gelden gerealiseerde projecten in Noord-Irak gedurende de afgelopen vijf jaar?   Antwoord   De Europese Commissie rapporteert over de inzet in Irak maar maakt daarbij veelal geen regionaal onderscheid. Het is daarom niet precies aan te geven welke projecten in Noord-Irak zijn uitgevoerd. Humanitaire projecten gefinancierd door de Europese Commissie richten zich met name op opvang van ontheemden, water en sanitaire voorzieningen, protection activiteiten, gezondheidszorg inclusief psychosociale zorg en onderwijs binnen crisissituaties. In het huidige Meerjarig Financieel Kader (2014-2020) is vanuit het Ontwikkelingssamenwerkingsinstrument (DCI) EUR 78 miljoen beschikbaar voor Irak. De thematische focus ligt hierbij op versterking van mensenrechten en rechtsstaatontwikkeling; capaciteitsopbouw in onderwijs; en ontwikkeling van duurzame energie. Daarnaast worden er uit het Instrument voor bijdrage aan het Stabiliteit en Vrede 11 projecten in Irak uitgevoerd sinds 2014 voor EUR 33,8 miljoen. Een aantal van deze projecten wordt ook in andere landen in de regio uitgevoerd. Irak valt tevens binnen het bereik van het Regionaal Trustfonds van de EU in reactie op de Syrische crisis (Madad-fonds) waarbinnen in totaal EUR 1,4 miljard beschikbaar is, waarvan EUR 107 miljoen voor Irak. Onder het Trustfonds worden onder meer projecten uitgevoerd gericht op het versterken van livelihoods, gezondheidszorg en onderwijs, alsmede trainingen voor vluchtelingen, ontheemden en gastgemeenschappen, onder andere in Turkije, Libanon en Noord-Irak.   Vraag 20 Kunt u een overzicht geven van met Nederlandse gelden gerealiseerde projecten in Noord-Irak gedurende de afgelopen vijf jaar?   Antwoord   In de bijlage van het antwoord op vragen van de leden van Helvert en Omtzigt (Kamerstuk 2017Z18653) van 23 januari jl. vindt u een volledig overzicht van de Nederlandse inzet in Irak sinds 2011. Daarbij komt nog de recent toegekende steun voor UNICEF (EUR 5 miljoen) en IOM (EUR 3,5 miljoen), die nader is toegelicht onder vraag 8.   Vraag 21 Kunt u bij de uitvoering van de motie-Voordewind/Kuik deze situatie en de beantwoording van deze vragen meenemen? 3)   Antwoord   Ja.
  Datum: 18 september 2018    Nr: 2018D44716    Indiener: S.A.M. Kaag, minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking
Bron:    tweedekamer.nl
submitted by kamerstukken-bot to kamerstukken [link] [comments]

Antwoord op vragen van de leden Remco Dijkstra en Wiersma over het bericht “Rotterdamse droogdok is al drie jaar besmet”

Vragen van de leden Remco Dijkstra en Wiersma (beiden VVD) aan de ministers van Infrastructuur en Waterstaat en van Sociale Zaken en Werkgelegenheid over het bericht ‘Rotterdamse droogdok is al drie jaar besmet’ (Ingezonden 28 februari 2018).   Vraag 1 Bent u bekend met het artikel ‘Rotterdamse droogdok is al drie jaar besmet’? 1)   Antwoord 1 Ja.   Vraag 2 Bent u bekend met de gevolgen van de houding van de Inspectie SZW in relatie tot opdrachten voor onderhoud van cruiseschepen in de haven van Rotterdam en bent u bekend met onduidelijkheid over de regels of interpretatie daarvan? Wat is hierop uw reactie?   Antwoord 2   Ja, vertegenwoordigers van de maritieme sector leggen een verband tussen de boeteoplegging van de Inspectie SZW met betrekking tot een cruiseschip en de opdrachten voor onderhoud van cruiseschepen in de Rotterdamse haven sinds 2014. Het is mij ook bekend dat er onduidelijkheid bestaat over de regelgeving en de interpretatie daarvan, en dat daarbij de vraag leeft of er sprake is van een Europees level playing field. Toegezegd is om in omringende landen de wet –en regelgeving en de handhavingspraktijk met betrekking tot buitenlandse zeevarenden te inventariseren. De maritieme sector heeft ook de minister van Infrastructuur en Waterstaat benaderd in het kader van de Maritieme strategie. De Maritieme strategie heeft als ambitie een internationale maritieme toppositie van Nederland. De beleidsinzet is daarbij onder andere gericht op een internationaal level playing field, om handel te bevorderen.   Vraag 3 Bent u bekend met het gegeven dat de internationale reders van cruiseschepen de scheepswerven in Nederland mijden sinds de Inspectie SZW in 2014 een boete heeft opgelegd? Klopt het dat hoewel de sector voor onderhoud en opknappen van cruiseschepen ‘booming’ is, er sinds dit voorval in 2014 eigenlijk geen groot cruiseschip voor onderhoud naar Nederland is gekomen?   Antwoord vraag 3   Het gaat economische goed in de sector voor cruiseschepen. De vraag neemt toe en er worden steeds grotere cruiseschepen gebouwd. Nederlandse scheepswerven zijn toegerust om dit formaat schepen te kunnen onderhouden. Tegelijkertijd geeft de sector ook aan dat er sinds 2014 geen groot cruiseschip meer voor onderhoud naar Nederland is gekomen. Door de sector wordt daarbij een verband gelegd met de door de Inspectie SZW opgelegde boete in een zaak waar het ging om onderhoud aan een cruiseschip in de Rotterdamse haven.   Vraag 4 Deelt u de mening dat de voortdurende onduidelijkheid over toepassing van regelgeving en (lopende) rechtszaken kunnen leiden tot economische schade? Kunt u dit toelichten?   Antwoord vraag 4   Ik hecht veel belang aan een goede concurrentiepositie van Nederland en van de Nederlandse maritieme sector en aan een level-playing field. Tegelijkertijd sta ik voor Eerlijk, Gezond en Veilig werk in Nederland. Eventuele onduidelijkheden over de toepassing van regelgeving wil ik in overleg met de sector zo snel mogelijk wegnemen.   Vraag 5 Deelt u de mening dat het onderhoud en de refit van grote cruiseschepen van grote waarde is voor zowel de haven van Rotterdam als voor veel Nederlandse bedrijven en werknemers die middels dit soort omvangrijke technisch-logistieke operaties werk vinden? Kunt u dit toelichten?   Antwoord vraag 5   Ik ben zeker van mening dat het onderhoud van deze grote cruiseschepen van belang is voor de Rotterdamse haven en direct en indirect (toeleveranciers) werk oplevert.   Vraag 6 Klopt het dat voordat de boete door de Inspectie SZW is opgelegd er juist uitvoerig overleg is geweest tussen reder en overheidsinstanties over wat wel en niet kan? Zijn deze afspraken vastgelegd? Kan de Kamer deze afspraken inzien?   Antwoord vraag 6   De Inspectie SZW is na een uitgebreid onderzoek tot de constatering gekomen dat de werkgever de Wet arbeid vreemdelingen heeft overtreden. Er loopt op dit moment een rechtszaak en gedurende die periode kan ik geen uitspraken doen.   Vraag 7 Is er sprake van een verplaatsing van dit type werk aan cruiseschepen naar bijvoorbeeld Duitsland of elders? Welke schade levert dit de Nederlandse economie?   Vraag 8 Worden in Duitsland en Frankrijk ook dergelijke boetes opgelegd voor hetzelfde type overtredingen? Zo ja, kunt u dit aantonen? Zo nee, waarom niet en is er dan nog sprake van een gelijk speelveld? Wat is de geschatte derving van inkomsten per jaar?   Antwoord vraag 7 en 8   Vertegenwoordigers van de maritieme sector hebben aangegeven dat zij een verplaatsing zien van dit soort werk naar onder meer Duitsland en Frankrijk vanwege het ontbreken van een level playing field. Hiernaar doe ik nu onderzoek om in kaart te brengen of deze verschillen er zijn.   Het is niet bekend of en welke de schade er is voor de Nederlandse economie.   Vraag 9 In hoeverre bent u bereid om er zorg voor te dragen dat er niet onnodig baankansen verloren gaan? Op welke wijze zult u dit aanpakken?   Vraag 10 Wat heeft u gedaan met de brandbrief die de brede vertegenwoordiging (Gemeente Rotterdam, Havenbedrijf Rotterdam, Regio Rotterdam-Drechtsteden, Nederland Maritiem land, Koninklijke Vereniging van Nederlandse Reders, Netherlands Maritime Technology, Rotterdam Maritime Services Community, Cruise Port Rotterdam en CLIA Europe) van overheden en partners uit de maritieme sector u stuurde? Als u geen actie heeft ondernomen, bent van plan dit in de toekomst nog te doen? Kunt u dit toelichten?   Antwoord vraag 9 en 10   Ik ben in gesprek met mijn collega van IenW waarbij het Europees level playing field een rol speelt. Zoals gezegd wordt nu de wet- en regelgeving en handhavingspraktijk in Duitsland en Frankrijk onderzocht. Zo snel mogelijk, maar in ieder geval voor de zomer zal deze inventarisatie zijn afgerond. Mijn collega van IenW en ik zullen vervolgens in overleg met de sector de resultaten bespreken en bezien of aanvullende maatregelen noodzakelijk zijn.   1) Financieel Dagblad 12 februari 2018, https://fd.nl/ondernemen/1241056/rotterdamse-droogdok-is-al-drie-jaar-besmet   1
  Datum: 17 mei 2018    Nr: 2018D28938    Indiener: W. Koolmees, minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
Bron:    tweedekamer.nl
submitted by kamerstukken-bot to kamerstukken [link] [comments]

Antwoord op vragen van de leden Lodders en Van Haga over het bericht ‘Europa pakt Oekraïense kippenvleesexport aan’

Geachte voorzitter,   Hierbij bied ik, mede namens de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, de antwoorden aan op de schriftelijke vragen gesteld door de leden Lodders en Van Haga (beiden VVD) over het bericht ‘Europa pakt Oekraïense kippenvleesexport aan’. Deze vragen werden ingezonden op 5 april 2019 met kenmerk 2019Z06868.   De Minister voor Buitenlandse Handel   en Ontwikkelingssamenwerking,   Sigrid A.M. Kaag   Antwoorden van de minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking, mede namen de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit op vragen van de leden Lodders en Van Haga (beiden VVD) over het bericht ‘Europa pakt Oekraïense kippenvleesexport aan’   Vraag 1   Bent u bekend met het bericht ‘Europa pakt Oekraïense kippenvleesexport aan’?   Antwoord   Ja.   Vraag 2   Kunt u aangeven hoe een verdrievoudiging (van 20.000 ton naar 70.000 ton) van het quotum kippenvlees in verhouding staat tot het wegvallen van de invoerheffing op kippenborsten waar vleugel en vel nog aanzitten?   Vraag 3   Kunt u een uitgebreide toelichting geven of en hoe dit besluit in lijn ligt met het standpunt van het kabinet om spoedig een oplossing te vinden voor overmatige export van kippenvlees?   Antwoord 2 en 3   Na het afsluiten van het Associatieakkoord is door Oekraïense producenten op onvoorziene wijze gebruik gemaakt van de mogelijkheid om een nieuw deelstuk (borstkap met vleugel) tariefvrij naar de EU te exporteren. De tarieflijnen (GN codes 0207 13 70 en 0207 14 70) waar dit nieuwe deelstuk nu onder geplaats is, zijn destijds niet opgenomen in de quotaregeling voor kippenvlees, omdat de handel in deze restcategorieën pluimveevlees gering was. Door vervolgens deze nieuwe deelstukken pas binnen de EU, in Nederland en in Slowakije, te bewerken tot kipfilet, vallen deze buiten de quotaregering voor kipfilet. Hierdoor is de import van pluimveevlees uit Oekraïne vanaf 2016 explosief toegenomen. Eind 2018 bedroeg de totale import van pluimveevlees van Oekraïne naar de EU meer dan 123.000 ton. De import op het nieuwe deelstuk (GN codes 0207 13 70 en 0207 14 70) bedroeg in 2018 55.565 ton. Een overzicht van de import van pluimveevlees is te vinden op de website van de Europese Commissie.   Nadat deze onvoorziene marktverstoring werd vastgesteld heeft de Commissie onderzocht welke mogelijkheden er zijn om de import te beteugelen. Er bleek maar één oplossing mogelijk: opnieuw onderhandelen met Oekraïne om deze twee tarieflijnen onder het tariefquotum te brengen. Hierop heeft de Raad een mandaat gegeven aan de Europese Commissie om met Oekraïne in onderhandelingen te treden om de stijging van deze import aan banden te leggen. De Europese Commissie heeft met Oekraïne onderhandeld over aanpassing van het Associatieverdrag.   Vraag 4   Klopt het dat, ook al komt de wetgevingsperiode (legislatuur) van het huidige Europese Parlement tot een eind, de Raad en het Europees Parlement in moeten stemmen met een amendement op het associatieverdrag? Zo ja, deelt u de mening dat een voorlopige toepassing van dit amendement (dus daarmee vooruitlopen op de uitkomst van de triloog) op het associatieverdrag dus ook niet zou moeten plaatsvinden zonder instemming van het Europees Parlement en de Raad? Zo nee, waarom niet?   Vraag 5   Deelt u de zorg dat met het vooruitlopen op de uitkomst van de stemming over het amendement op het associatieverdrag een onzekere periode aanbreekt tot het aantreden van een nieuw Europees Parlement? Zijn er door u mogelijkheden onderzocht om sneller tot een definitieve oplossing te komen over de aanpak van overmatige export van kippenvlees? Zo nee, waarom niet? Zo ja, welke oplossingen zijn gepasseerd?   Antwoord vraag 4 en 5   De Raad heeft op 20 december 2018 een besluit vastgesteld waarbij de Europese Commissie is gemachtigd om met Oekraïne te onderhandelen over de aanpassing van de bestaande tariefregeling voor vlees van pluimvee.   De verwachting is dat de Europese Commissie op korte termijn een voorstel zal doen aan de Raad voor een besluit tot ondertekening van het bereikte akkoord. Dit besluit kan eventueel gepaard gaan met een besluit tot voorlopige toepassing van het akkoord, in afwachting van de uiteindelijke inwerkingtreding. Dit vereist aan EU-zijde enkel instemming van de Raad. Aan Oekraïense zijde moet het Oekraïense parlement de herziene overeenkomst goedkeuren. De uiteindelijke inwerkingtreding van het akkoord vereist aan Uniezijde dat de Raad een besluit tot sluiting van het akkoord door de Unie vaststelt. Voorafgaand aan de vaststelling van dat besluit door de Raad is goedkeuring van het Europees Parlement vereist.   Vraag 6   Deelt u de zorgen over de mate en snelheid waarmee kippenvlees dat tegen lagere standaarden wordt geproduceerd, de Europese markt verovert en is hier sprake van marktverstoring? Zo ja, wat bent u bereid hier, al dan niet met gelijkgestemde landen binnen de EU, aan te doen?   Vraag 7   Kunt u aangeven welke stappen Oekraïne reeds heeft genomen om zoals afgesproken binnen het associatieverdrag te komen tot vergelijkbare standaarden? Zo ja, hoe wordt hier op toegezien? Bent u bereid als deze ontwikkelingen achter blijven om met eventueel gelijk gestemde landen binnen de EU aan te dringen op versnelling? Zo nee, waarom niet?   Antwoord vraag 6 en 7   Het kabinet streeft naar een gelijk speelveld tussen de Europese en Oekraïense pluimveesector middels het Associatieakkoord. Zoals ook aangegeven in antwoorden op Kamervragen van het lid Van Raan (PvdD), moeten alle naar de EU geëxporteerde producten, dus ook het pluimveevlees uit Oekraïne, voldoen aan Europese eisen op het gebied van plant- en diergezondheid, voedselveiligheid en etikettering. In de EU geïmporteerde producten hoeven niet te voldoen aan productie-eisen van de EU, als houderijsystemen en dierenwelzijnsstandaarden, tenzij er met derde landen afspraken over zijn gemaakt.   In het Associatieakkoord tussen de Europese Unie en Oekraïne is afgesproken dat Oekraïne zich zal inspannen om zijn wetgeving in overeenstemming te brengen met die van de EU, ook op het terrein van dierenwelzijn en diergezondheid. Tijdens de Europese Unie-Oekraïne Associatieraad op 17 november 2018 heeft de Europese Commissie Oekraïne opgeroepen om de overeenstemming met de sanitaire en fytosanitaire (SPS) en dierenwelzijnswetgeving te bespoedigen door het actieplan sneller uit te voeren. In de totstandkoming van de gezamenlijke EU-positie voor deze Associatieraad heeft het kabinet hier specifiek op aangedrongen. Nederland zal hier op blijven aandringen.   Eind vorig jaar is tussen de Europese Unie en Oekraïne overeenstemming bereikt over de SPS-strategie ter implementatie van het Associatieakkoord. In 2018 heeft de Oekraïense overheidsautoriteit voor voedselveiligheid en consumentbescherming de officiële controles hervat op voedsel, veevoer, diergezondheid en dierenwelzijn. Ook de aanpassing van SPS regel- en wetgeving werd in 2018 aanzienlijk versneld. Van de 250 benodigde maatregelen zijn er 17 aangenomen en 140 zitten in het Oekraïense goedkeuringsproces. De nieuwe wet op voedselveiligheid en hygiëne treedt naar verwachting begin 2020 in werking. De Europese Commissie constateert dat het besluitvormingsproces nog niet is afgerond voor veterinaire certificaten voor kipproducten. Ook dierenwelzijn, vooral voor pluimvee dat Oekraïne exporteert naar de EU, behoeft meer aandacht en het kabinet zal bij de Europese Commissie en bij de Oekraïense overheid hierop blijven aandringen.   Vraag 8   Bent u bereid in de Raad tegen het amendement te pleiten? Zo nee, waarom niet?   Antwoord   Het kabinet zal het voorstel van de Europese Commissie, na beschikbaar stellen, bestuderen en op basis hiervan een definitief standpunt innemen. Bij het bepalen van het standpunt zal uiteraard de motie Ouwehand (Kamerstukken 21 501-20, nr. 1448), die op 25 april 2019 is aangenomen, worden betrokken. Vooruitlopend hierop heeft de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit op 25 april 2019 een brief aan Commissaris Hogan gestuurd waarin zorgen worden geuit over de voorlopige uitkomst van de onderhandelingen, in het bijzonder de mogelijke vergroting van het quotum voor pluimveevlees, en het belang van spoedige implementatie door Oekraïne van SPS- en dierenwelzijnsregelgeving van de EU. De minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit heeft deze zorgen ook uitgesproken in de Landbouwraad van 15 april 2019. Bijgaand treft u een afschrift aan van deze brief.   Vraag 9   Kunt u deze vragen een voor een, en gezien de problematiek, zo snel mogelijk beantwoorden?   Antwoord   Voor de vragen waarop het antwoord overlapt, zijn de antwoorden samengevoegd.
  Datum: 17 mei 2019   Nr: 2019D20330   Indiener: S.A.M. Kaag, minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking   Bron:    tweedekamer.nl
submitted by kamerstukken-bot to kamerstukken [link] [comments]

Antwoord op vragen van de leden Koopmans en Van Haga over de miljardendeals van Frankrijk met China

Hierbij bied ik u, mede namens minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking, de antwoorden aan op de schriftelijke vragen gesteld door de leden Koopmans en Van Haga over de miljardendeals van Frankrijk met China. Deze vragen werden ingezonden op 29 maart 2019 met kenmerk 2019Z06275.   De Minister van Buitenlandse Zaken,   Stef Blok   Antwoorden van de Minister van Buitenlandse Zaken op vragen van de leden Koopmans en Van Haga (beiden VVD) over de miljardendeals van Frankrijk met China.   Vraag 1   Bent u bekend met de berichten ‘Montenegro moet bloeden voor Chinese snelweg’ 1), ‘Italië rolt rode loper uit voor China, Brussel waarschuwt voor naïviteit’ 2) en ‘Ook Luxemburg sluit zich aan bij Chinees megaproject’? 3)   Antwoord   Ja.   Vraag 2 Hoe verhoudt de ogenschijnlijke toenadering van Italië en Luxemburg tot China zich tot de diverse initiatieven om te komen tot een Europese strategie teneinde Chinese investeringen kritischer tegen het licht te houden?   Antwoord   Het staat EU-lidstaten vrij bilaterale relaties te onderhouden met China, dat doet Nederland ook. Uiteraard dienen lidstaten zich wel te blijven committeren aan afspraken die in EU-verband zijn gemaakt. Dat geldt onder andere voor het Europese kader voor screening van buitenlandse investeringen. De onderhandelingen daarover zijn reeds afgerond, en op 19 april zal de Verordening in werking treden die voorziet in een Europees raamwerk en samenwerkingsmechanisme voor de toetsing door individuele lidstaten van buitenlandse investeringen aan nationale veiligheidsbelangen en de openbare orde. Deze verordening verplicht lidstaten om jaarlijks inzicht te geven in de investeringen uit derde landen, waaronder Chinese investeringen.   Vraag 3 Hoe beoordeelt u de invloed van deze Chinese banden tot het vinden van consensus inzake een gemeenschappelijk beleid richting China?   Antwoord   In dezelfde maand waarin Italië en Luxemburg een memorandum van overeenstemming tekenden met China over samenwerking in het kader van het Belt and Road Initiative, is de EU-Chinarelatie zowel in de Raad Buitenlandse Zaken van 18 maart jl. (voor verslag, zie Kamerstuk 21501-02, nr. 1980) als in de Europese Raad van 21-22 maart jl. (voor verslag, zie Kamerstuk 21501-20, nr. 1428) uitgebreid besproken, mede in het licht van de op 12 maart jl. verschenen Gezamenlijke Mededeling “EU-China: een strategische visie” van de Europese Commissie en de Hoge Vertegenwoordiger van de Unie voor Buitenlandse Zaken en Veiligheidsbeleid, en ter voorbereiding van de EU-Chinatop op 9 april jl. Uit die besprekingen bleek dat er onder lidstaten nog altijd consensus bestaat over het belang van het bewaren en versterken van de EU-eenheid ten aanzien van China, over het belang om met China samen te werken ten aanzien van bilaterale belangen en mondiale uitdagingen, en over het belang de Europese waarden te laten reflecteren in de relatie met China.   Vraag 4 Zijn er signalen dat China invloed uitoefent op Europese besluitvorming door middel van het 16+1 overleg? Acht u het vinden van consensus moeilijker door de EU-lidstaten die deelnemen aan het 16+1 overleg?   Antwoord   Het kabinet is, samen met de andere lidstaten, hoe dan ook beducht voor iedere invloed die het lastiger maakt om binnen de Unie consensus te bereiken over de gehele breedte van de relatie met China. Desalniettemin is het kabinet met de EU en de andere lidstaten van mening dat het 16+1-initiatief, waarbij China met zestien Centraal- en Oost-Europese landen samenwerkt op het gebied van onder meer infrastructuur, acceptabel is zolang het complementair is aan EU-beleid, en zolang transparant is wat er in 16+1-verband wordt afgesproken. Ook daarover bestond consensus bij de Raad Buitenlandse Zaken in maart jl.   1) https://fd.nl/economie-politiek/1293630/montenegro-moet-bloeden-voor-chinese-snelweg#   2) https://nos.nl/artikel/2277230-italie-rolt-rode-loper-uit-voor-china-brussel-waarschuwt-voor-naiviteit.html   3) https://nos.nl/artikel/2277902-ook-luxemburg-sluit-zich-aan-bij-chinees-megaproject.html
  Datum: 26 april 2019   Nr: 2019D17934   Indiener: S.A. Blok, minister van Buitenlandse Zaken   Bron:    tweedekamer.nl
submitted by kamerstukken-bot to kamerstukken [link] [comments]

Antwoord op vragen van het lid Karabulut over het bericht dat de FMO een kolencentrale in Senegal heeft gefinancierd

  Hierbij bied ik u de antwoorden aan op de schriftelijke vragen gesteld door het lid Karabulut (SP) over het bericht dat de FMO een kolencentrale in Senegal heeft gefinancierd. Deze vragen werden ingezonden op 8 mei 2018 met kenmerk 2018Z08422.   De Minister voor Buitenlandse Handel   en Ontwikkelingssamenwerking,   Sigrid A.M. Kaag   Antwoorden van de minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking op vragen van het lid Karabulut (SP) over het bericht dat de FMO een kolencentrale in Senegal heeft gefinancierd   Vraag 1   Bent u bekend met het bericht ‘Hoe Nederland een Senegalese vissersplaats met een vuile kolencentrale opscheepte’?   Antwoord   Ja.   Vraag 2 Klopt het dat tussen 2009 en 2014 geen enkele ontmoeting met de lokale bevolking is georganiseerd, terwijl dit wel had gemoeten en er vele legitieme zorgen leefden? Hoe kan dit? Wat is hierop het beleid?   Antwoord   In de periode tussen 2009 en 2014 lag de bouw van de energiecentrale stil. Het onafhankelijke klachtenpanel dat FMO zelf heeft ingesteld concludeert in haar rapport uit oktober 2017 dat er gedurende de stopzetting van de bouw van de energiecentrale onvoldoende is gecommuniceerd met omwonenden, ondanks herhaalde oproepen vanuit FMO richting haar klant om de dialoog met omwonenden te intensiveren.   Het onafhankelijk klachtenpanel stelt in haar rapport vast dat FMO richtlijnen en procedures dient aan te scherpen die ervoor zorgen dat klanten van FMO ook gedurende de projectontwikkelingsfase informatie tijdig delen met betrokkenen.   Mede op basis van de bevindingen en aanbevelingen van het onafhankelijk klachtenpanel en een publieke consultatie heeft FMO haar beleid aangescherpt om zorgen van belanghebbenden in de toekomst beter te kunnen signaleren.   Vraag 3 Waarom heeft de FMO de partners niet onder druk gezet door middel van het niet overmaken van het geld totdat aan de eisen werd voldaan? Wat is hierop het beleid?   Vraag 4 Deelt u de mening dat voordat er geld wordt overgemaakt aan alle eisen voldaan moet zijn ook al komt het voortbestaan van een project in gevaar? Zo ja, bent u bereid hierover in gesprek te gaan met de FMO en hierover beleid te maken? Zo nee, waarom niet?   Antwoord op vragen 3 en 4   Er is regelmatig overleg met FMO over haar investeringsbeleid en de manier waarop FMO verantwoordelijkheid neemt voor het beschermen van mens en milieu. Het financieringscontract voor de eerste kolengestookte energiecentrale in Senegal stamt uit 2009 en is nog van vóór de invoering van FMO’s no-coal beleid. FMO zou tegenwoordig een dergelijke investering niet meer doen.   FMO vraagt van haar klanten om effectrapportages op te stellen om milieu, sociale en mensenrechtenimpacts van hun activiteiten inzichtelijk te maken. Als een effectrapportage niet is uitgevoerd op het moment dat FMO een transactie overweegt wordt de klant bij de uitvoering ervan ondersteund.   Voorafgaand aan alle uitbetalingen beoordeelt FMO in welke mate haar klant voldoet aan de OESO-richtlijnen en IFC Performance Standards. Voor de Sendou energiecentrale is een analyse uitgevoerd om te bepalen welke aspecten verbeterd moeten worden op het gebied van arbeidsomstandigheden, milieubelasting, aantasting biodiversiteit, landrechten en herhuisvesting.   Op basis van deze analyse heeft FMO in samenwerking met andere financiers de klant een verbetertraject opgelegd dat is uitgewerkt in een concreet en meetbaar actieplan. Dit actieplan maakt onderdeel uit van het financieringscontract. Ik heb er vertrouwen in dat FMO conform haar huidige beleid erop toeziet dat afgesproken verbetertrajecten door haar klanten worden geïmplementeerd binnen een afgesproken tijdspad.   Vraag 5   Op welke manier heeft de FMO het duurzaamheidsbeleid aangescherpt en in hoeverre is dat bindend?   Antwoord   De afgelopen jaren heeft FMO het duurzaamheidsbeleid verder uitgewerkt. De investeringsprojecten worden voordat er een definitieve investeringsbeslissing wordt genomen online gepubliceerd zodat derden, waaronder het maatschappelijk middenveld haar zienswijze op de projecten kan delen en risico’s kan signaleren. Ook heeft FMO heeft haar investeringsbeleid, onder meer ten aanzien van conflictlanden waar een hoog risico op geweld is, na een publieke consultatie aangescherpt.   FMO werkt op basis van relevante standaarden zoals de IFC Performance Standards en de OESO Richtlijnen voor multinationale ondernemingen en de VN-richtlijnen voor bedrijven en mensenrechten.   Vraag 6   Hoe functioneert het klachtenmechanisme van de FMO en hoe kan het dat het lang geduurd heeft voor er actie werd ondernomen? Op welke manier kan dit verbeterd worden?   Antwoord   FMO beschikt sinds 1 januari 2014 over een onafhankelijk klachtenmechanisme dat is opgesteld in samenwerking met maatschappelijke organisaties. Dit klachtenmechanisme maakt het mogelijk voor onder meer de lokale bevolking om bezwaren te uiten. De onafhankelijkheid van het klachtenmechanisme en de transparantie ten aanzien van de bevindingen zijn daarbij zeer belangrijk. Het is aan FMO en de leden van het onafhankelijke klachtenpanel om afspraken te maken over de condities en werking van het klachtenmechanisme. Ik heb van FMO begrepen dat het onafhankelijke klachtenpanel inmiddels meer middelen heeft gekregen om efficiënter te kunnen opereren en klachten sneller af te kunnen handelen.   Vraag 7   Op welke manier werkt de FMO aan een oplossing voor omwonenden en deelt u de mening dat compensatie in ieder geval een deel van de oplossing moet zijn? Bent u bereid de FMO te manen tot een spoedige bevredigende oplossing?   Antwoord   FMO ziet er samen met de andere investeerders op toe dat de eigenaren van de energiecentrale de geconstateerde klachten naar redelijkheid opvolgen. FMO zal conform het beleidskader dat geldt voor het klachtenmechanisme de uitkomsten publiekelijk bekend maken. Ik heb er vertrouwen in dat FMO dit zal doen. Het betreft immers de opvolging van een door FMO zelf ingesteld klachtenmechanisme.   Vraag 8   Hoe wordt erop toegezien dat de FMO zich aan haar eigen beleid en beloftes in deze zaak houdt?   Antwoord   FMO heeft zich gecommitteerd de opvolging van de klachten open te publiceren waardoor het voor externe partijen mogelijk is zich een eigen oordeel te vormen of de klachten adequaat zijn opgevolgd.   Het kabinet heeft conform het staatsdeelnemingenbeleid regelmatig overleg met FMO over strategie en uitvoering conform de geldende regelgeving.   Vraag 9   Bent u bereid de Kamer te informeren over de afhandeling van deze kolencentrale en de compensatie van de slachtoffers?   Antwoord   FMO heeft zich gecommitteerd openbaar te rapporteren over de opvolging van de klachten. Hiermee is naar mening van het kabinet maximale transparantie gewaarborgd en is het voor iedereen mogelijk zich een oordeel te vormen of de klachten adequaat worden opgevolgd.
  Datum: 14 juni 2018    Nr: 2018D33916    Indiener: S.A.M. Kaag, minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking
Bron:    tweedekamer.nl
submitted by kamerstukken-bot to kamerstukken [link] [comments]

Swingtrading strategieën in 10min dag (Nl) Werken in de detailhandel - beroepenfilm AutoBinaryEA Erfahrung - Automatisierte Handeln Strategie für Binärer Optionen HALT!!! Nur klicken wenn du Unternehmer oder Selbstständiger bist! Das 5-Sekunden-Trick für Binäre Optionen

Het nie 'n integrale strategie wat makelaar stelsel is NRG werk van die huis af nie swendelary handel opleiding Australië deeltydse lewering werk in Cambridge. Guam Kmart aanlyn job aansoek tradsh strategie dra 'n vlak Free werk van die huis af werk dag handel valuta handelaars inligting in 'n kliek ontwerp werk aansoek te seine en opleiding keuse van bate deeltydse rekeningkundige bane in ... Zusätzlich es es möglich auch den Handel aus der Korrektur umzusetzen. Ich bevorzuge letzteren, da eine Bewegung oftmals schon am Punkt 2 ins Stocken gerät!Bei intaktem Trendumfeld steigt auch das CRV. Die Markttechnik Strategie nach Michael Voigt überlässt diese Entscheidung jedem Trader selbst. As die idee van marge handel klink soos 'n strategie wat vir jou kan werk, uit te vind ontleding verlamming, handel emosies, handel strategie, handel sielkunde. 14. 2015. - Nick se Forex Trading Strategie gebruik Forex Prys Aksie en skoon kaarte om pitte konsekwent elke week te maak, sodat jy kan handel vir jouself. Lyste 1 - 25 - Verstaan dag handel strategieë is makliker gemaak met stap-vir ... Die neuen Gigaset Smartphones GS3 und GS4: Das farbenfrohe Nesthäkchen und sein starker Bruder 'Made in Germany' DGAP-News: Gigaset AG / Schlagwort(e): Produkteinführung Die neuen Gigaset ... Der Handel ist in Bewegung: Es entstehen neue Betriebsformen, Vertikalisten konkurrieren mit klassischen Handelsorganisationen, elektronische und stationäre Kanäle werden in Mehrkanalsystemen zusammengeführt, Internationalisierungskonzepte stehen auf dem Prüfstand, das Angebot von Handelsmarken wird differenzierter und neue Technologien werden eingesetzt.

[index] [925] [4245] [1319] [1829] [21] [1538] [3980] [4569] [1107] [594]

Swingtrading strategieën in 10min dag (Nl)

Voor actieve beleggers (swing traders) die niet voortdurend voor het trading scherm kunnen/willen blijven zitten. Wim stelt 3 swing-trading strategieën voor ... Sie können am werk voten, Oberbürgermeister Sie einen steigenden oder einen fallenden Kurs unterstützen wollen. Lagen Sie hinter Prozess der Zeit mit Ihrer Einschätzung authentisch, bekommen ... Wil jij werken in de detailhandel? Bekijk dan deze video en misschien wil jij later wel in de detailhandel werken! Voor meer informatie kijk op Bekijk dan deze video en misschien wil jij later wel ... This video is unavailable. Watch Queue Queue. Watch Queue Queue “Werk ‘n strategie uit wat handel oor waarvan jy hou, en deel dit met jou sleutelpersoneel. Ons verwaarloos te veel kere wat prioriteit is en fokus op die krisisse. Dink eerder analities ...

#